Ni Una Menos; niet één minder

Geschreven door

in

Woensdag 3 juni 2026 gingen Argentijnen in Buenos Aires Stad en andere grote steden massaal de straat op om te protesteren tegen femicide (vrouwenmoord) en het antifeminisme van Milei en zijn regering. Deze manifestatie heette: Ni Una Menos.

Femicide-cijfers-kettingzaag

Sinds de eerste Ni-Una-Menos-mars in 2015 overleden in Argentinië 3205 slachtoffers aan een geweldsdelict dat gerelateerd was aan hun geslacht, het vrouwelijke.
In 2026 overlijdt in Argentinië elke 31 uur een vrouw door femicide, nadat elke vorm van preventie door Milei is wegbezuinigd.
Milei is niet alleen berucht vanwege zijn kettingzaagmethode – waarmee hij tot het uiterste gaat wat betreft het verkleinen van overheidstaken – maar ook vanwege zijn hekel aan peronisten, socialisten, communisten en hun speciale aandacht voor vrouwenrechten en ander ‘cuca’ (kakkerlakken-)gedoe. Volgens Milei en andere libertariërs doet men met het begrip femicide een mannenleven tekort.

Veertienjarige Agostina wordt slachtoffer van femicide

Waar men in de aanloop naar de Ni-Una-Menos-manifestatie niet over uitgepraat raakte in alle Argentijnse media was de femicide op de 14-jarige Agostina in Cordoba Stad.
Op zaterdag 23 mei 2026 vertrok het meisje van moeders huis om zogenaamd in het restaurant van haar opa iets te eten te halen. In plaats daarvan reed ze in een taxi naar het huis van een ex-vriend van haar moeder. Die ex lokte het meisje onder valse voorwendselen naar zijn huis om haar daar te misbruiken en vermoorden. Delen van haar lichaam werden ruim een week later gevonden op een verlaten terrein buiten de stad.
De ex-vriend Claudio Barrelier zat op het moment van die vondst al enkele dagen vast onder verdenking van het laten verdwijnen van het meisje.
Op camerabeelden die in de week na de verdwijning van Agostina opdoken was te zien hoe Barrelier en het meisje zijn huis betraden. Ook werd Barrelier herkend door de taxichauffeur als degene die de rit van het meisje had betaald en had Agostina aan haar vriendinnen verteld dat ze naar het huis van Barrelier zou gaan om een verrassing voor haar moeder op te halen.
Politie, betrokken officier van justitie en politici in Cordoba raakten in opspraak door alles wat was misgegaan na aangifte van vermissing van Agostina. De discussie over de positie van de vrouw – met name haar kwetsbaarheid – laaide in alle hevigheid op.

Uitersten in discussie en manifestatie

Op rechts namen libertariërs het voortouw door zich te richten op het gedrag van de veertienjarige, de ontoereikende zorg van haar ‘vechtende’ gescheiden ouders en feminisme als gevaar voor traditionele normen en waarden. Op links roerden zich allerlei feministische organisaties en de linkse Myriam Bregman (prominent lid van het Argentijnse Huis van Afgevaardigden) die al langer een teloorgang van vrouwenrechten bespeurden ten gevolge van de vrouwonvriendelijke houding van Javier Milei en zijn ultrarechtse gevolg, de slechte economische omstandigheden van veel Argentijnen en overheidsbezuinigingen.
Een collectief van allerlei organisaties organiseerde een manifestatie ter ere van de elfde verjaardag van ’Ni Una Mas’ waar alleen al in Buenos Aires Stad tienduizenden personen aan deelnamen.
Speerpunten van de manifestatie waren: het respecteren van de rechten van vrouwelijke slachtoffers zonder victim blaming, bestrijding van internetgeweld jegens vrouwen, aandacht voor collaterale schade van vrouwenmoord en een oproep aan mannen om niet weg te kijken bij dagelijks geweld jegens vrouwen in hun omgeving.

Milei de ‘man

Milei en andere regeringsfunctionarissen reageerden slechts via social media op ’Ni Una Menos 2026’: uit officiële statistieken bleek dat het aantal vrouwenmoorden juist omlaag was gegaan tijdens de regeringsperiode van Milei. De recente vrouwenmoorden werden misbruikt in communistische propaganda om de regering in diskrediet te brengen en Milei herhaalde nog maar een keer zijn anti-feminisme-retoriek.
Als het land in rouw is, hunkert naar beterschap en troost strooit ‘man’ Milei zout in de wonden.

Bronnen:

Página 12

El País